Plastic: van prachtmateriaal tot wereldprobleem

Kunststoffen als plastics zijn in minder dan een eeuw van geniale uitvinding tot een wereldwijd probleem geworden. Het is een onmisbaar materiaal, omdat het een paar grote voordelen heeft: het roest niet, is flexibel, goedkoop, veilig en duurzaam. Daarom gebruiken we het in elektronica, auto’s, verpakkingen, meubels en gebruiksvoorwerpen. 

De voordelen van de kunststoffen zijn echter gelijk ook het nadeel: het is moeilijk te recyclen en is niet afbreekbaar. Daardoor komt het terecht in ons milieu (onder andere als plastic soep), maar ook in ons voedsel (microplastics). Bovendien komen bij verbranding ervan schadelijke stoffen vrij.

De keerzijde van plastic

50 tot 70 procent van het plastic wereldwijd wordt maar één keer gebruikt. Het eindigt vervolgens voor een groot deel op de vuilstort of in de natuur.  Slechts een heel klein deel wordt gerecycled of verbrand (wat ook schadelijk is voor het milieu).

Zo hebben we sinds de Tweede Wereldoorlog 8,3 miljard ton plastic geproduceerd. Dat heeft 6,3 miljard ton afval opgeleverd, en daarvan is 9 procent gerecycled en 12 procent verbrand. De overige 79 procent is dus in de natuur of op stortplaatsen terechtgekomen. 

En omdat we het zo weinig hergebruiken, komt er ook elk jaar meer plastic bij. Dat kost extra grondstoffen, maar levert ook nóg meer afval op. 

Keerzijde 1: we gebruiken te veel, maar slechts eenmalig

Keerzijde 2: plastic is lang niet altijd te recyclen

In Nederland zamelen we plastic apart in. Maar meer dan een kwart (28 procent) van de plastics uit ons huishoudelijk afval is niet-recyclebaar. Dat komt doordat het ingezamelde materiaal uit allemaal verschillende soorten plastic bestaat die we niet goed kunnen scheiden. 

Bovendien bestaan plastics soms uit meerdere lagen, vanwege de chemische samenstelling of omdat ze gemaakt zijn van zeldzame typen plastic. Denk aan pizzadozen, doordrukstrips (van de kauwgum), plastic borden en bestek en ballonnen. Dat ‘restplastic’ kan slechts gebruikt worden voor materiaal van lage kwaliteit, zoals paaltjes langs de weg. 

Het plastic dat niet meer te gebruiken is, eindigt uiteindelijk vaak alsnog in de verbrandingsoven, waarmee het alsnog CO2 uitstoot. 

Plastic bestaat voor 4 tot 8 procent aardolie en voor de rest uit synthetische moleculen. Dat kan nauwelijks worden afgebroken door de natuur, en daarom vergaat plastic niet.

Dat betekent dat al het plastic dat ooit in de natuur terecht is gekomen, daar nog steeds aanwezig is. Dat leidt tot opeenhopingen van plastic, bijvoorbeeld in zee (de plastic soep), op stranden en aan de randen van steden. 

Keerzijde 3: plastic vergaat niet

Keerzijde 4: verbranding is geen optie

De verbrandingsoven lijkt een makkelijke (en goedkope) manier om van je afval af te komen, zeker als het niet kan worden afgebroken door de natuur. Maar het is nog steeds vervuilend, inefficiënt en zonde van het materiaal. 

Het wordt namelijk verbrand op zo’n hoge temperatuur dat er alleen maar schadelijke stoffen vrijkomen. Zo levert niet alleen de productie van plastic vervuiling op, maar ook de verwerking ervan. 

Hoe kan het ook?

We zullen anders met plastic om moeten gaan: minder produceren, langer gebruiken en milieuvriendelijker verwerken. Pi-energy verwerkt plastic volledig en op een milieuvriendelijke manier en zorgt ervoor dat plastic een tweede leven krijgt. Niet als plastic, maar als schone energiebron.

Contact

Wierden, Nederland

www.Pi-energy.nl
info@Pi-energy.nl

+31 (0)546 303 181
+31 (0)6 2222 2711

LinkedIn: Gerrit H. Kobes (founder)

KvK-nummer: 77719190